Natuurproducten Naast vlees is natuur een eindproduct van mijn bedrijf. Op de 120 ha grote boerderij staat natuurbeheer hoog in het vaandel. Met behulp van de overheid probeer ik de natuur op en rond de akkers te verbeteren. Daarvoor krijg ik steun van de Europese Unie doormiddel van Subsidie Agrarisch Natuurbeheer (SAN) en Subsidie Natuurbeheer (SN). Deze regelingen maken het voor agrariërs mogelijk om als particulier natuurbeheer toe te passen. Daar waar eerst alleen landschappen, staatsbosbeheer en natuurmonumenten de mogelijkheid hadden om natuur te creëren en te onderhouden, krijgen nu ook particuliere grondeigenaren de kans. Mijn grond ligt voornamelijk in de Ecologische hoofdstructuur. Mijn landbouwpercelen hebben een gemengde agrarische en natuurlijke doelstelling gekregen (beheersgebied). Dat betekent agrarische producten onder bepaalde voorwaarde produceren. Deze voorwaarden bevorderen de natuur op en rond mijn percelen. Hieronder zal ik een kleine omschrijving geven van deze natuurproducten: Agrarisch natuurbeheer Kruidenrijke grasland Het perceel bestaat uit grasland waarin minimaal 15 inheemse plantensoorten (inclusief mossen) aanwezig zijn, in een vlak van 25 m² Dat aantal wordt bereikt doormiddel van verschraling. Daarvoor zijn een tweetal beheersmaatregelen nodig: ‘maaien, afvoeren en geen bemesting'. Het maaisel wordt geperst in balen kuilgras bestemd voor de wintervoeding van de zoogkoeien en voor het paardenrusthuis van mijn ouders. Het overschot wordt verkocht aan andere paardenhouders. Het perceel mag daarom niet bemest worden. Een toename van plantensoorten zorgt voor een toename van insecten en daarmee indirect ook klein wild. Chemie- en kunstmestvrije akkers De achterliggende gedachte van chemie- en kunstmestvrije akkers is gelijk aan die van kruidenrijke graslanden. Ook hier moet het aantal kruidensoorten toenemen. Het grote verschil met een kruidenrijk grasland is de bemestingsregel. Van een akker worden veel meer voedingsstoffen afgevoerd in de vorm van biologische granen dan van een weiland. Daarom is onderhoudsbemesting nodig om de grond niet volledig uit te putten. Landschapselementen Houtwallen Vroeger werden weidepercelen afgescheiden van elkaar met behulp van een houtwal. Dat is een smalle strook (ong. 5- 10 meter ) van bomen en lage bossen. Met aan iedere kant een sloot. In de moderne landbouw is deze functie komen te vervallen. Tegenwoordig hebben deze stroken een verbindingsfunctie voor klein wild dat zich ongezien wil verplaatsen. Deze houtwallen houden wij intact door om de paar jaar het overschot aan grote bomen om te zagen. Het onderliggende struikgewas en jonge planten krijgen dan de kans om zich te ontwikkelen en de houtwal zo dichtbegroeid te houden. Poelen Een poel is een soort vijver met een grote tussen de 0,5 en 50 are bestemt voor amfibieën. In de periode 1 oktober tot 1 april moet de waterdiepte in de diepste delen ten minste 0,5 meter zijn. En een poel mag niet gebruikt worden als bron voor beregening, maar wel als drinkbron voor vee in een aangrenzende wei. De werkzaamheden bij dit landschapselement beperkt zich tot de aanleg en het voorkomen van vervuiling. Eindproducten De nevenproducten van mijn biologische veehouderij bestaan dus uit natuur, biologische graan en –kuilgras. |
||||
|
||||